 |
Hiernaast staat schematisch weergegeven hoe
zo'n "computer" eruit ziet. Wat we nodig
hebben: microprocessor, videointerface + monitor, geheugen, toetsenbord,
cassetterecorder als belangrijkste componenten. Het ontwerp was voor die
tijd erg compact met doorgemetalliseerde gaten op de printplaat en
printbanen aan weerszijden.
WS was zo goed om me te helpen met het ontwerpen van het
toetsenbord. Dat moest passen op de kast van een oude (kapotte) bandrecorder.
In de kast werden de onderdelen geplaatst(?). Na vele dagen van solderen
en peinzen werkte het.
Tegenwoordig doen we alles met "hogere talen", maar in die
tijd moest er hexadecimaal worden geprogrammeerd. Dat betekende het
rechtstreeks aanspreken van de chip, de microprocessor (2650
van signetics). Binair en hexadecimaal rekenen werd na verloop van
tijd net zo normaal als gewoon rekenen. Het vergroot het inzicht in een
complexe materie en leert je op een wat fundamentelere manier
denken. |
mailto: info@armisoft.nl |
Een microprocessor in die tijd had 8 bits (binary digits);
samen vormen ze een byte. Omdat een binair getal niet veel anders is dan:
er is wel spanning of er is geen spanning kunnen we ons dat voorstellen
door een 1 of een 0.
Wanneer we in het gewone 10-talligstelsel tellen,
beginnen we bij 1 tot 9. Bij 10 komt er een zogenaamd 10-tal bij en later
honderd- en duizendtallen enz.
Bij binair tellen gebeurt dat ook maar we beginnen bij
0. We drukken alle getallen uit in machten van 2.
De gemakkelijkste is 20; dat is 1, want ap
/ ap = ap-p = 1
21 = 2, 22 = 4, 23 = 8
enz
We kunnen dus alle getallen uitdrukken in machten
van het
getal 2.
Voorbeeld: 13 = 23 + 22 + 20 = 8 + 4 +
1, binair voorgesteld als 1101. Zo'n rijtje van 4 bits noemen we een nibble.
Twee van die nibbles vormen een byte. We hebben dan 256 mogelijkheden om
zo'n rij in te vullen.
Per nibble hebben we 16 mogelijkheden. En nu komt het:
het is veel eenvoudiger om in het hexadecimale (zestientallig-)stelsel te
werken dan in het binaire, zolang we maar weten waar het vandaan komt. We
kunnen nu niet meer "gewoon" tellen, maar doen dat zo: 0, 1, 2,
3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, A, B, C, D, E, F. Het getal FF is
dan 15 x 161 + 15 x 160 = 240 + 15 = 255; daar komt de 0
bij en geeft 256 (162) mogelijkheden.
Het decimale getal 141 wordt dan 128 (27)
+ 8 (23) + 4 (22) + 1 (20); binair
10001101 en dat wordt hexadecimaal voorgesteld als 8D. Het is even wennen,
maar door oefenen wordt het vanzelfsprekend.
|