| Hoe kwam het zover |
Mijn instrumenten en tijdpad |
| Zolang
ik me kan heugen heb ik wat met muziek. Als jongetje van vier luisterde ik graag naar de
distributieradio. In de kerk keek en luisterde ik altijd gefascineerd naar het kerkorgel
van de CGK van Leeuwarden aan de Wybrand de Geeststraat. Toen ik m'n mondharmonica kreeg,
bleek al snel dat ik alles wat ik kon zingen ook kon spelen. Dat was voor m'n vader
aanleiding om een wat betere te kopen en die heb ik veel gebruikt, ook op school waar ik
tijdens de muziekles met de leraar mocht meespelen. |
1958 Plastic mondharmonica van sinterklaas |
| 1959 Mondharmonica Bravo in C van Hohner |
| 1959 Interesse in harmonium grootouders |
| 1965 Een eigen harmonium |
| 1966 Op les bij Jelle Nijdam |
| De echte
"doorbraak" kwam toen ik uit logeren was bij m'n Opoe in Leeuwarden. Zij kon
niet spelen, maar ik wist haar ertoe te bewegen om toch iets te laten zien. Ze kon met
één vinger Opent uwe mond spelen. Ik keek dat van haar af en na een uurtje kon ik het
ook en vanaf dat moment speelde ik alles met één vinger. Dat duurde tot ca 1965 toen ik
zelf een harmonium kreeg dat een oom voor me had opgeknapt. Mijn moeder, die ooit tijdens
de oorlog les had gehad van Schuitema wist nog hoe je met twee handen toonladders kon
spelen en toen ik dat ook kon speelde ik alles wat los en vast zat op die stijve
akkoorden. Geen horen natuurlijk, maar je was al blij dat je iets met twee handen kon. In
mijn omgeving klonk steeds: hij moet op les en dat gebeurde dan ook. Jelle Nijdam, een
timmerman, die zo'n 50 jaar op de CGK Franeker heeft gespeeld had het zichzelf aangeleerd
en wilde me wel les geven. Twee jaar duurde dat, maar na die tijd had ik niet het gevoel
dat er nog progressie in zat. Ik ging eind 1968 naar Yme G. Visser, de organist van de
Gereformeerde kerk aan de Zilverstraat in Franeker en leerling van George Stam. Hij leerde
me om op een gestructureerde manier toonladders te spelen. Daar heb ik nog steeds plezier
van. In september van 1969 vertrok ik naar Amsterdam-Noord en mocht in de winter oefenen
op een Pels orgel in de Hervormde Kerk aan de Nieuwendammerdijk. Dit kerkje werd gehuurd
door de CGK van A'dam-N. |
1968 Oefenen op het
Dekker
orgel |
| 1968 Op les bij Yme G. Visser (10 mnd) |
| 1970 Farfisa harmonium aangeschaft 2 man +
ped |
| 1971 14 september Eerste dienst begeleid met
trompettist Schotanus |
| 1975 Solina SL aangeschaft H'sum Gomarushof |
| 1975 Hulporganist In Wormer |
| 1978 Mijn
Böhm FnT gebouwd |
| 1984 Yamaha DX 21 synthesizer +
midi-interface C64 |
| 1985
Yamaha
FB01 expander
|
| 1991
Böhm 4
x 9 expander FvdB |
| Tijdens de weekenden
was ik nog in Franeker en kocht daar in1970 een Farfisa harmonium, een prachtig
hooggepolitoerd meubel met 2 x 3 1/2 octaaf klavieren en een 13 stokken pedaal. Eigenlijk
had het het geluid van een accordeon, maar om te oefenen was het een prima instrument.
Pedaalspelen leerde ik door met m'n ouders op visite te gaan bij familie met een
electronisch orgel. Met de koptelefoon op leerde ik het (op 13 stokken). Het eerste
electronisch orgel dat ik mocht bespelen was een Philicorda met 4 octaven en een
afgrijselijk geluid, maar toen vond je alles prachtig. Daarop volgde Eminent 400 en 500,
Riha Festivo en Solina SL. De Eminent 500 en de Solina waren kwalitatief de betere en voor
mijn literatuur prima. Omdat ik geen les meer kreeg na 1969 kocht ik platen met
orgelmuziek en was er iets moois bij dat ik zou moeten kunnen spelen dan ging ik naar
Leeuwarden (Ganzevoort) om de bladmuziek ervan te kopen. Maanden was ik dan bezig om het
op een aanhoorbaar niveau te krijgen. |
1992 Roland Sound Canvas SC55 |
| 1993 Yamaha DX 11 synthesizer |
| 1997 Organist in CGK Bussum Blank orgel |
| 1997 Content Klassieke midi expander |
| 1998 Yamaha PSR 350 keyboard |
| 2003 Yamaha PSR 290 keyboard |
| 2004 Organist in CGK Huizen Scheuerman orgel |
| 2004 Yamaha PSR 3000 keyboard |
| Toen we trouwden
(1974) werd een paar maanden daarna het orgeltje van CGK Wormerveer afgebroken en werkten
we als gemeenteleden samen bij Alphenaar Stansen om 40 duizend gulden bij elkaar te
krijgen voor het nieuwe orgel. Intussen speelde ik zo nu en dan in de dienst op een
pedaalharmonium van Gep IJskes. Toen het orgel klaar was, werd het ingespeeld door Gep en
Dub de Vries en een paar weken daarna door de Zaanse organist Cor Kee. In 1978 kreeg ik
een brochure onder ogen van de Fa Böhm uit Duitsland met een vestiging in Utrecht. Je kon
zelf je orgel samenstellen, maar moest het wel zelf bouwen. Ik bestelde de kast in
Duitsland en bouwde uiteindelijk 650 uur aan het instrument met 20 duizend
soldeerverbindingen, van augustus tot feburari 1979. Een prachtig project en voor die tijd
een schitterend orgel. Helaas vervreemdde ik van de gemeente en besloot om er zelfs een
punt achter te zetten, waardoor ik ook niet meer in de diensten speelde. Ik hield het nog
wel bij, maar de routine ga je toch missen. |
2004
Yamaha
CVP 303 piano / keyboard |
|
|
|
|
|
|
| Door de verandering
van de techniek (analoog naar digitaal) bleek al snel dat mijn instrument verouderde. In
1984 kocht ik m'n synthesizer van Yamaha, de DX 21. Die hing ik aan m'n Commodore 64 en
programmeerde de muziek zo, dat alles naar de DX werd geleid. Op die manier heb ik ook de
orgelsonates van Bach noot voor noot ingebracht (100 uur werk) en leerde zo met één hand
de partij mee te spelen. Heel veel plezier heb ik hiervan gehad. Ik was één van de
eersten die met MIDI (Musical Instrument Digital Interface) werkte, maar programmeren deed
bijna niemand. De meeste software kwam uit het buitenland (Japan en USA) |
|
|
|
|
|
| Door de datasheets te bestuderen van de chip,
die het werk deed, was het mogelijk om alle muziek van de commodore naar de synthesizer te
sturen. Een prachtige pionierstijd. |
|
| Eind 1996 ben ik weer in de kerk (toen CGK
Bussum) terecht gekomen en na een paar maanden werd ik er organist. Dat betekende hard
studeren en uitbouwen. Via verschillende keyboards speel ik nu op mijn PSR 3000 en CVP 303
van Yamaha. |
Orgelbouwkunde |
|
|
|
|